Regelgeving verkoop corporatiewoningen gewijzigd per 1 april 2017

5 april 2017

Corporatiewoning

Het Ministerie heeft de regelgeving voor de verkoop van corporatiewoningen aangepast. Naast de wijzigingen heeft de Minister getracht de leesbaarheid te verbeteren. Ook is een aantal technische wijzigingen doorgevoerd. De gewijzigde regelgeving is op vrijdag 31 maart 2017 in het Staatsblad gepubliceerd en is op 1 april 2017 in werking getreden.

Graag informeren wij u over de belangrijkste punten waarop het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV) met name is aangepast.

Tot 1 april 2017 diende bij de toestemmingsaanvraag een zienswijze van de gemeente te worden aangeleverd, ongeacht of er sprake was van blijvend gereguleerde woongelegenheden, te liberaliseren woongelegenheden of geliberaliseerde woongelegenheden. Hierop is de regelgeving per 1 april 2017 enigszins aangepast:

I. Blijvend gereguleerde woongelegenheden
Bij verkoop van blijvend gereguleerde woningen aan derde partijen blijft de zienswijze van de gemeente vereist.

II. Te liberaliseren woongelegenheden
Voor potentieel te liberaliseren woningen geldt dat in beginsel een zienswijze van de gemeente vereist is, tenzij:
- er prestatieafspraken zijn gemaakt over het gebied waarin de te verkopen woning zich bevindt. In deze prestatieafspraken moet zijn opgenomen dat er goedkope woningen worden bijgebouwd. Dit zijn woningen die zullen worden verhuurd met een maandhuur van maximaal € 586,68.
– in de verkoopovereenkomst is bepaald dat de betrokken woongelegenheden ten minste zeven jaar na de eigendomsoverdracht worden verhuurd met een huurprijs van ten hoogste € 850 per maand.

Er mogen in het tijdvak waarover prestatieafspraken zijn gemaakt evenveel zienswijzen achterwege blijven als het aantal in dat tijdvak te bouwen goedkope woningen (woningen met een maandhuur van maximaal € 586,68) op grond van de prestatieafspraken. Voor elke woning die meer wordt verkocht, moet wel een zienswijze van de gemeente worden meegeleverd. Zo worden toegelaten instellingen gestimuleerd om goedkope woningen te bouwen, waarna ze de relatief duurdere woningen gemakkelijker kunnen verkopen. Tegelijk blijven de verkochte woningen beschikbaar voor huishoudens met een middeninkomen.

III. Geliberaliseerde woongelegenheden
Voor geliberaliseerde woongelegenheden of een gemengd geliberaliseerd complex (dit zijn gebouwen waarvan minimaal 90% van de verhuureenheden geliberaliseerd is) geldt dat de toestemmingsaanvraag niet meer vergezeld hoeft te gaan met een zienswijze van de gemeente. Deze woningen behoren niet tot de kernvoorraad van de toegelaten instelling. Met een eenvoudigere verkoopprocedure komen er sneller investeringsmiddelen beschikbaar voor de kerntaken.

Overige wijzigingen
Voor blijvend gereguleerde woningen geldt dat de winstdelingsregeling binnen 30 jaar is komen te vervallen. Vanaf 1 april 2017 geldt dat de vervreemding van blijvend gereguleerde woongelegenheden aan derde partijen dan wel tegen de marktwaarde van de woongelegenheden moet plaatsvinden en dat voor alle blijvend gereguleerde huurwoningen een exploitatieverplichting van 7 jaar geldt.

Daarnaast is bij de verkoop van te liberaliseren woongelegenheden de aanbiedingsvolgorde komen te vervallen. Hiervoor geldt dat deze woningen niet langer ten minste vier weken met voorrang aangeboden hoeven te worden aan collega-corporaties. Deze aanbiedingsverplichting was per abuis opgenomen in het BTIV.

Meer informatie?
Wilt u bijgepraat worden over deze wijzigingen en weten wat dit onder andere betekent voor uw hold-sell-analyse of (voorgenomen) verkoopproces? U kunt contact opnemen met Chanine van Kleij, specialist woningcorporaties, 030 72 71 700.

« Terug naar het overzicht